
In april 2017 werden we voor het eerste écht mama’s. En met écht bedoel ik dan dat we voordien al wel pleegmama’s waren, en ook al enkele jaren regelmatig de zorg opnamen voor kindjes met beperking in onze vzw. Ook dat gaf bepaalde mama-gevoelens, maar als je dan voelt wat het met je doet om effectief biologisch eigen kindjes te hebben, dan voel je dat dit toch anders is. In mijn gevoel is dat dan écht.
En iets (ik zou zeggen ‘het lot’, maar dat klinkt wat te dramatisch in mijn hoofd) besliste erover dat onze kindjes speciaal zijn. Uiteraard is ieder kind speciaal in de zin van uniek. Maar deze speciaal wijst meer naar het feit dat ze een beperking hebben.
Fenne kreeg in november 2020 de diagnose autisme. Voor ons geen verrassing meer omdat we het al langer vermoedden en ook wisten dat de kans groot was dat ik dat genetisch zou kunnen meegeven.
Daarnaast heeft een consultatie bij een kinderneurologe een maand later ook over Hasse verteld dat hij een ontwikkelingsdysfasie heeft. Concreter (of vooral iets meer mensentaal): een taalontwikkelingsstoornis. Hij praat nog niet, communicatie kwam véél later in gang tegenover leeftijdsgenoten, en is nog altijd best problematisch. Hiermee moeten we nog wat verder gaan zoeken hoe en wat. Mogelijks schuilt er ook een diagnose autisme achter, maar het kan ook dat deze taalstoornis gewoon op zich staat. Dat er intensieve therapie nodig zal zijn staat wel vast.
In het begin wou ik deze blog bijhouden vooral over mezelf, dat breidde wel uit naar ook mijn zwangerschappen, de opvoeding, … maar ik zou het nu ook willen doortrekken naar de kids omdat we dan makkelijker naar hier kunnen verwijzen in plaats van telkens het verhaal van geboorte af weer te moeten vertellen.
Krijg nieuwe content direct in je mailbox.